De anatomie van de snatch
deel 2

De anatomie van de snatch deel 2

In de vorige blog over de snatch is er verteld hoe essentieel de mobiliteit van de nek en borstwervelkolom is voor het maken van een goede snatch. Heb je die nog niet gelezen lees dan eerst deel 1 en dan pas deel 2.

In dit blog komt de enkel, heup en lage rug aan bod. Laten we beginnen bij de enkel. Wanneer een snatch wordt gemaakt en je duikt onder die stang merk je meteen dat je knieën voorbij de tenen komen. Dit lukt alleen maar wanneer je voldoende mobiliteit in je onderste en bovenste spronggewricht (van de enkel) hebt. Met name het bovenste gewricht. Het bovenste spronggewricht zorgt met name voor je buig en strek beweging. Je onderste spronggewricht is met name de rotatie naar binnen en naar buiten. Wanneer deze twee gewrichten samenwerken maak je tijdens een strek beweging (plantair flexie) een rotatie naar binnen (inversie) en tijdens buig beweging (dorsaal flexie) een rotatie naar buiten (eversie). Wanneer er dus onvoldoende mobiliteit zit in je enkel kan je nooit goed onder de barbell staan. De mobiliteit is essentieel.

Dan gaan we door naar het heupgewricht. De heup kan buigen, strekken en roteren. Tijdens een buig en strek beweging maakt je heup in het gewricht altijd een rotatie. Zonder rotatie kan je nooit ver genoeg je heup buigen of strekken. Dit gaan we nu vertalen naar een snatch. Tijdens de snatch kom je tot ongeveer 100-110 graden buiging (flexie) in het heupgewricht. Wanneer dit niet lukt kan dit dus liggen aan de buiging zelf of wellicht aan de rotatie in het heupgewricht. Lukt het je toch wel om die 110 graden te halen terwijl er een beperking zit in het heupgewricht ga je altijd compenseren vanuit de lage rug. Je merkt dan snel dat je de rechte houding niet meer vast kan houden en dus naar voren komt met het bovenlichaam. Het lichaam is erg goed in compenseren. Het zoekt altijd de weg van de minste weerstand. Zoals wij dat noemen binnen de fysiotherapie is dat een mal-adaptief beweegpatroon.

Nu we het toch over de lage rug hebben gaan we daar meteen mee door. De lage rug kan buigen, strekken en roteren. Binnen de crossfit zien we vaak twee soorten problemen herhaaldelijk terugkomen. De lage rug beweegt niet goed waardoor een beweging niet gemaakt kan worden (de gewrichten ten opzichte van elkaar bewegen niet goed) of er is sprake van een coördinatieprobleem. Misschien is coördinatie problematiek de meest voorkomende. Een coördinatieprobleem is er niet in een keer. Dit bouwt zich op, vaak door een verkeerd beweegpatroon. Wat ik al eerder vertelde is dat er een nauwe samenwerking is tussen de heup en de lage rug. Wanneer de lage rug zich er mee gaat bemoeien verandert het beweegpatroon wat uiteindelijk kan zorgen dat pijn ontstaat. Hierdoor ontstaat er direct een verhoging van de spierspanning. Door die verhoging van de spierspanning kan er een coördinatieprobleem ontstaan waardoor bewegingen niet goed gemaakt kunnen worden en wat weer kan leiden tot problemen tijdens de snatch.

Dit is onwijs veel om te lezen en om te analyseren voor jezelf. Bespreek maar eens met je trainer of fysiotherapeut die je hebt op de box waar je tegen aan loopt of wat voor je gevoel beter kan. Wellicht kunnen zij jou net wat verder helpen om die squat, snatch of overhead squat beter te krijgen waardoor je weer heerlijk zonder problemen kan trainen.

Succes! 

Auteur

Thomas

Thomas

Mijn naam is Thomas en ik ben werkzaam als manueel therapeut.